Praktijkkringen

De methodologie van praktijkkringen (communities of practice) wordt gebruikt als veel ‘in de praktijk verborgen kennis’ nodig is voor een organisatie-overstijgende aanpak. De methode is relevant wanneer nieuw beleid vraagt om nieuwe samenwerking en professionaliteit. Een praktijkkring adresseert de ontwikkelingsvragen, doordat collega’s met dezelfde vragen – maar met een iets andere achtergrond – er samen werk van maken. Een praktijkkring ondersteunt de nieuwe werkpraktijken én de werkrelaties die ontstaan. Voorbeelden van praktijkkringen, door AO georganiseerd, gaan over nieuwe rollen van:

  • wethouders buitengebied in plattelandsgemeenten;
  • gemeentebestuurders in regionaal landschapsbeleid (Groene Hart);
  • lokaal betrokkenen bij begeleid zelfstandig wonen (‘Beschermd thuis’), woon(zorg)visie sen prestatieafspraken in gemeenten;
  • leidinggevenden aan onderwijs voor nieuwkomers.

In een praktijkkring wordt stilgestaan bij de afzonderlijke én gezamenlijke praktijkpuzzels van betrokkenen. De deelnemers doen méér dan ‘samen leren’: ze verbeteren hun gezamenlijke werkpraktijk. Wanneer de deelnemers uit méér organisaties komen leidt de praktijkkring niet alleen tot verbeteringen in ieders eigen werk, maar worden ook nieuwe samenwerkingsvormen bedacht, vernieuwingen in de condities of de aanpak van een ‘belendend vraagstuk’ dat van belang blijkt.